ECLI:NL:HR:2020:605
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake binnenhavengeld aanslagen gemeente Leiden
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake de aan hem opgelegde aanslagen binnenhavengeld voor de periode van het tweede kwartaal 2015 tot en met het vierde kwartaal 2016 door de gemeente Leiden.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Er is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 10 april 2020 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.