ECLI:NL:HR:2020:617

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 april 2020
Publicatiedatum
6 april 2020
Zaaknummer
19/05300
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in omzetbelastingzaak

Belanghebbende heeft tegen een uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Het geschil betreft een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 januari 2011, inclusief de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente en boetebeschikking.

De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en vastgesteld dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Op advies van de procureur-generaal is besloten het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.

Er is geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te rekenen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2020.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer19/05300
Datum10 april 2020
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 17 oktober 2019, nr. 18/00345, betreffende een aan belanghebbende over de periode 1 januari 2010 tot en met 31 januari 2011 opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting, de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente en de daarbij gegeven boetebeschikking.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur‑generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2020.