ECLI:NL:HR:2020:640
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland betreffende een naheffingsaanslag omzetbelasting, belastingrente en boetebeschikking over de periode 2012-2014.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen een gestelde termijn van vier weken. Hoewel de brief door belanghebbende is afgehaald, is het griffierecht niet voldaan.
Vervolgens is belanghebbende opnieuw in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na dagtekening van een tweede brief te verklaren waarom het griffierecht niet tijdig was betaald. Ook deze brief is afgehaald, maar belanghebbende heeft niet tijdig gereageerd.
Een brief die na de gestelde termijn werd ingediend, is buiten beschouwing gelaten. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.