Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep
3.Beslissing
14 april 2020.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake medeplegen witwassen. De advocaat-generaal adviseerde het beroep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO).
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Het beroep is daarom zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad maakte hierbij gebruik van de mogelijkheid die artikel 80a RO biedt om kennelijk kansloze cassatieberoepen af te wijzen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 14 april 2020. De uitspraak bevestigt de strikte toetsing van cassatieberoepen en het belang van ontvankelijkheid in het cassatieproces.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.