ECLI:NL:HR:2020:652
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam dat het hoger beroep behandelde tegen uitspraken van de Rechtbank Noord-Holland over ambtshalve vermindering en navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2011 tot en met 2015.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling bevatten.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 17 april 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.