ECLI:NL:HR:2020:669
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant betreffende een belastingzaak. De Hoge Raad heeft onderzocht of het beroep ontvankelijk is, waarbij is vastgesteld dat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken, zoals gesteld in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is ingediend.
De termijn eindigde op 13 januari 2020, terwijl het beroepschrift pas op 14 januari 2020 bij de griffie van de Hoge Raad werd ontvangen. Ook op grond van artikel 6:9, lid 2, Awb was het beroep niet tijdig. De Hoge Raad heeft belanghebbende in de gelegenheid gesteld om een verklaring te geven voor de overschrijding, maar hier is geen gebruik van gemaakt.
De aangevoerde redenen in brieven van belanghebbende konden niet leiden tot het oordeel dat sprake was van een rechtvaardiging voor het verzuim. Daarom werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest werd op 17 april 2020 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.