ECLI:NL:HR:2020:675
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake naheffingsaanslagen parkeerbelasting. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Deze betaling is echter niet verricht.
Na het verstrijken van de termijn is belanghebbende in de gelegenheid gesteld om een toelichting te geven op het niet betalen van het griffierecht. Belanghebbende heeft een verzoek tot vrijstelling van griffierecht ingediend, stellende betalingsonmacht. Dit verzoek voldoet echter niet aan de criteria zoals vastgesteld in eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat belanghebbende in verzuim is gebleven en verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest is uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools op 17 april 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.