ECLI:NL:HR:2020:678
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2013. Het beroepschrift voldeed echter niet aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb, omdat de gronden van het beroep ontbraken.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende per aangetekende brief in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze termijn verstreek op 26 februari 2020. Hoewel een brief op 27 februari 2020 binnenkwam, werd deze te laat ingediend en daarom buiten beschouwing gelaten.
De Hoge Raad past artikel 6:6 Awb Pro toe en verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is uitgesproken op 17 april 2020 door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden en het overschrijden van de hersteltermijn.