ECLI:NL:HR:2020:74

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 januari 2020
Publicatiedatum
17 januari 2020
Zaaknummer
18/02834
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 282 lid 1 SrArt. 6 EVRMArt. 81 lid 1 Wet RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak medeplegen opzettelijke vrijheidsberoving

In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 juni 2018, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van opzettelijke vrijheidsberoving. De raadsman van de verdachte heeft diverse cassatiemiddelen ingediend, waaronder klachten over de afwijzing van getuigenverzoeken en het gebruik van verklaringen van een niet-gehoorde getuige in strijd met het recht op ondervraging.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. Gezien het ontbreken van vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven.

Het arrest is op 21 januari 2020 gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en de raadsheren Buruma en van Strien. Het beroep is verworpen en het hofarrest blijft in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het hofarrest waarin verdachte is veroordeeld voor medeplegen van opzettelijke vrijheidsberoving.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/02834
Datum21 januari 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 juni 2018, nummer 21/006925-13, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 januari 2020.