ECLI:NL:HR:2020:787
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag en het verzet tegen een eerdere uitspraak van dezelfde rechtbank in een belastingrechtelijke kwestie. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat het beroep duidelijk niet kan slagen.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft een advies uitgebracht, waarna de Hoge Raad heeft besloten het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie. Er is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2020. Hiermee is het cassatieberoep definitief afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de klachten.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.