ECLI:NL:HR:2020:788
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak
In deze zaak heeft belanghebbende cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 augustus 2019, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant werd behandeld. Het geschil betreft de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2010, de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente en het verzoek om ambtshalve vermindering van die aanslag.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en heeft daarbij ook het advies van de procureur-generaal ingewonnen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en heeft daarom het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en P.A.G.M. Cools, en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.