AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad bevestigt inschrijving merk AMSTERDAM UNIVERSITY voor merchandise
In deze zaak heeft het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag, waarin het hof een bevel gaf tot inschrijving van het merk AMSTERDAM UNIVERSITY voor merchandise ten gunste van de Universiteit van Amsterdam (UvA).
De Hoge Raad heeft de klachten van het Bureau beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, aangezien het beantwoorden van de vragen niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep van het Bureau verworpen en het Bureau veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak werd gedaan door de vicepresident en raadsheren van de civiele kamer en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het bevel tot inschrijving van het merk AMSTERDAM UNIVERSITY.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/01421
Datum24 april 2020
BESCHIKKING
In de zaak van
BENELUX-ORGANISATIE VOOR DE INTELLECTUELE EIGENDOM (MERKEN EN TEKENINGEN OF MODELLEN en haar orgaan het BENELUX-BUREAU VOOR DE INTELLECTUELE EIGENDOM (MERKEN EN TEKENINGEN OF MODELLEN), gevestigd te Den Haag,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: het Bureau,
advocaat: E.M. Tjon-En-Fa,
tegen
DE UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM,
gevestigd te Amsterdam.
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de UvA,
advocaat: T. Cohen Jehoram.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 200.238.260/01 van het gerechtshof Den Haag van 18 december 2018.
Het Bureau heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De UvA heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2.Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt het Bureau in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de UvA begroot op € 879,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 24 april 2020.