ECLI:NL:HR:2020:803

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 april 2020
Publicatiedatum
23 april 2020
Zaaknummer
19/05823
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 121 lid 1 RvArt. 121 lid 2 RvArt. 121 lid 3 RvArt. 120 lid 3 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid exploot betekening oproepingsbericht wegens onjuist adres en weigering verstek

In deze cassatieprocedure stond de vraag centraal of verstek kon worden verleend tegen verweerders onder 2, die niet verschenen waren in het geding. Het oproepingsbericht en de procesinleiding waren bij exploot betekend aan een onjuist adres, namelijk [a-straat 2] te Amsterdam, terwijl in de procesinleiding het correcte adres [a-straat 1] te Amsterdam was vermeld.

De deurwaarder bevestigde dat het exploot waarschijnlijk abusievelijk niet aan het juiste adres was betekend. Volgens artikel 121 lid 3 Rv Pro leidt een dergelijke betekening aan een onjuist adres ertoe dat het exploot nietig is als aannemelijk is dat de verweerder het exploot niet heeft ontvangen.

De Hoge Raad oordeelde dat het exploot niet aan het juiste adres was betekend en dat het exploot daardoor niet aan verweerders onder 2 was bereikt. Daarom werd het exploot nietig verklaard en het verzoek om verstek te verlenen geweigerd. De procedure tegen verweerders onder 2 werd daarmee beëindigd.

De zaak staat gepland voor een schriftelijke toelichting op 8 mei 2020 tussen eiser en Eigen Haard.

Uitkomst: Het exploot van betekening wordt nietig verklaard en het verzoek om verstek wordt geweigerd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/05823
Datum24 april 2020
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J.P. van den Berg,
tegen
1. WONINGSTICHTING EIGEN HAARD,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Eigen Haard,
advocaat: J.P. Heering,
2. DE PERSONEN DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK AAN DE [a-straat 1] te [plaats],
hierna: verweerders onder 2.

1.Procesverloop in cassatie

1.1
Met een op 23 december 2019 bij de Hoge Raad ingediende procesinleiding heeft [eiser] cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 29 oktober 2019 met zaaknummer 200.250.228/01 KG tussen Eigen Haard enerzijds en [eiser] en “de personen die verblijven in de onroerende zaak aan de [a-straat 1] te [plaats]” anderzijds.
In de procesinleiding is vermeld dat verweerders in cassatie ten laatste kunnen verschijnen op 30 januari 2020.
1.2
De griffier van de Hoge Raad heeft op 23 december 2019 aan [eiser] een oproepingsbericht doen toekomen.
1.3
[eiser] heeft het oproepingsbericht en de procesinleiding op 2 januari 2020 bij exploot doen betekenen aan Eigen Haard, die daarna een verweerschrift tot verwerping heeft ingediend.
1.4
In de onderhavige uitspraak gaat het uitsluitend om de vraag of verstek kan worden verleend tegen verweerders onder 2.
[eiser] heeft het oproepingsbericht en de procesinleiding op 30 december 2019 bij exploot doen betekenen aan “zij die verblijven in de onroerende zaak, staande en gelegen aan de [a-straat 2] te [plaats]”.
In het exploot is vermeld dat afschrift van het exploot alsmede van het oproepingsbericht en de procesinleiding, in een gesloten envelop ter plaatse is achtergelaten. Verder is vermeld dat de deurwaarder zo spoedig mogelijk een uittreksel van genoemde stukken zal publiceren in het Parool.
1.5
Verweerders onder 2 zijn in cassatie niet verschenen. [eiser] heeft verzocht om verstek te verlenen tegen verweerders onder 2.
1.6
De rolraadsheer heeft ter rolle van 30 januari 2020 verzocht navraag te doen bij de deurwaarder of het oproepingsbericht en de procesinleiding ten aanzien van verweerders onder 2 inderdaad zijn betekend aan het adres dat is vermeld in het exploot van oproeping, [a-straat 2] te Amsterdam, nu in de procesinleiding als adres van verweerders onder 2 is vermeld [a-straat 1] te Amsterdam.
1.7
Bij schrijven van 17 februari 2020 heeft de deurwaarder bericht dat het adres van verweerders onder 2 “waarschijnlijk abusievelijk niet correct in het exploot [is] opgenomen”.
1.8
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot het uitspreken van de nietigheid van het exploot van oproeping ten aanzien van verweerders onder 2.

2.Beoordeling van het verzoek tot verstekverlening

2.1
Art. 121 lid 1 Rv Pro bepaalt dat de rechter geen verstek tegen de verweerder verleent indien de verweerder niet in het geding is verschenen hoewel hem dat bij exploot was aangezegd, en aan de rechter blijkt dat het exploot lijdt aan een gebrek dat nietigheid meebrengt.
Art. 121 lid 2 Rv Pro houdt in dat in het geval bedoeld in het eerste lid, de rechter een nieuwe uiterste datum voor verschijning bepaalt en beveelt dat deze door de eiser bij exploot aan de verweerder wordt aangezegd met herstel van het gebrek en met inachtneming van art. 120 lid 3 Rv Pro, op kosten van de eiser.
Art. 121 lid 3 Rv Pro luidt: “Is echter aannemelijk dat het exploot van betekening van het oproepingsbericht de verweerder als gevolg van het gebrek niet heeft bereikt, dan spreekt de rechter de nietigheid van het exploot uit.”
2.2
Nu het exploot van oproeping ten aanzien van verweerders onder 2 is betekend aan het adres [a-straat 2] te Amsterdam, terwijl in de procesinleiding als adres van verweerders onder 2 is vermeld [a-straat 1] te Amsterdam, moet alleen al om die reden ervan worden uitgegaan, mede gezien het hiervoor in 1.7 vermelde schrijven van de deurwaarder, dat het exploot niet aan het juiste adres is betekend. Aannemelijk is dat het exploot verweerders onder 2 niet heeft bereikt als gevolg van de betekening op een onjuist adres, zodat is voldaan aan het bepaalde in art. 121 lid 3 Rv Pro. Dit brengt mee dat de nietigheid van het exploot dient te worden uitgesproken.
2.3
Het gevraagde verstek ten aanzien van verweerders onder 2 moet derhalve worden geweigerd.
2.4
De zaak staat op de rol van 8 mei 2020 voor schriftelijke toelichting in het geding tussen [eiser] en Eigen Haard.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart het exploot van betekening van het oproepingsbericht ten aanzien van verweerders onder 2 nietig;
- weigert het gevraagde verstek ten aanzien van verweerders onder 2;
- verstaat dat de instantie ten aanzien van verweerders onder 2 is geëindigd.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op
24 april 2020.