Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Amsterdam,
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het verzoek tot verstekverlening
3.Beslissing
24 april 2020.
Hoge Raad
In deze cassatieprocedure stond de vraag centraal of verstek kon worden verleend tegen verweerders onder 2, die niet verschenen waren in het geding. Het oproepingsbericht en de procesinleiding waren bij exploot betekend aan een onjuist adres, namelijk [a-straat 2] te Amsterdam, terwijl in de procesinleiding het correcte adres [a-straat 1] te Amsterdam was vermeld.
De deurwaarder bevestigde dat het exploot waarschijnlijk abusievelijk niet aan het juiste adres was betekend. Volgens artikel 121 lid 3 Rv Pro leidt een dergelijke betekening aan een onjuist adres ertoe dat het exploot nietig is als aannemelijk is dat de verweerder het exploot niet heeft ontvangen.
De Hoge Raad oordeelde dat het exploot niet aan het juiste adres was betekend en dat het exploot daardoor niet aan verweerders onder 2 was bereikt. Daarom werd het exploot nietig verklaard en het verzoek om verstek te verlenen geweigerd. De procedure tegen verweerders onder 2 werd daarmee beëindigd.
De zaak staat gepland voor een schriftelijke toelichting op 8 mei 2020 tussen eiser en Eigen Haard.
Uitkomst: Het exploot van betekening wordt nietig verklaard en het verzoek om verstek wordt geweigerd.