Uitspraak
gevestigd te Wehrheim, Duitsland,
gevestigd te Dordrecht,
gevestigd te Dordrecht,
gevestigd te Dordrecht,
gevestigd te Amsterdam,
gevestigd te Amsterdam,
2.Beoordeling van het middel
3.Proceskosten
4.Beslissing
1 mei 2020.
Hoge Raad
In deze civiele zaak heeft Heraeus Medical GmbH cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag dat eerder een geschil betrof over bewijsbeslag en de vereiste van bepaaldheid bij een inzagevordering op grond van art. 843a Rv.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van de rechtbank Rotterdam en het gerechtshof Den Haag voor het geding in feitelijke instanties. De klachten van Heraeus worden door de Hoge Raad niet ontvankelijk verklaard omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht (art. 81 lid 1 RO Pro).
Biomet c.s. vorderen proceskostenveroordeling op grond van art. 1019ie Rv, dat is ingevoerd met de Wet bescherming bedrijfsgeheimen. Hoewel de toepasselijkheid van dit artikel op de onderhavige cassatieprocedure en vordering op grond van art. 843a Rv open kan blijven, ziet de Hoge Raad geen aanleiding om proceskosten toe te kennen op basis van dit artikel.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt Heraeus in de kosten van het geding tot een bedrag van €3.082,34, bestaande uit verschotten en salaris advocaat. Het arrest is gewezen door de vicepresident en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken door raadsheer du Perron.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt Heraeus in de proceskosten ten gunste van Biomet c.s.