ECLI:NL:HR:2020:844

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 mei 2020
Publicatiedatum
11 mei 2020
Zaaknummer
19/00848
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 SrArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake opzettelijk gebruik valse arbeidsovereenkomsten

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 oktober 2018. Verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk voorhanden hebben en gebruik maken van valse geschriften, namelijk valse arbeidsovereenkomsten, meermalen gepleegd.

In cassatie werden verschillende middelen aangevoerd, waaronder grondslagverlating en bezwaren tegen het oordeel van het hof over de valsheid en het opzet. Ook werd geklaagd over het niet vermelden van de mate waarin de redelijke termijnoverschrijding tot strafvermindering heeft geleid.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit niet uitvoerig omdat het niet noodzakelijk is voor de rechtseenheid of -ontwikkeling. Het beroep wordt derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/00848
Datum12 mei 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 oktober 2018, nummer 23/004285-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 mei 2020.