ECLI:NL:HR:2020:857
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak 2016
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, waarin hoger beroep was gedaan tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2016, inclusief belastingrente.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en het advies van de procureur-generaal ingewonnen. Gezien de aard van de klachten en de inhoud van het dossier, oordeelde de Hoge Raad dat het cassatieberoep duidelijk niet kon slagen.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie maakte de Hoge Raad gebruik van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools op 15 mei 2020, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Treuren.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.