ECLI:NL:HR:2020:864
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2010
Belanghebbende was in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2010, inclusief de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft deze uitspraak bevestigd. Vervolgens heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte middelen van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het Hof. Omdat de beoordeling van deze middelen geen vragen betreft die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, is geen nadere motivering gegeven.
De Hoge Raad heeft voorts geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerechtshof blijft in stand.