ECLI:NL:HR:2020:948
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens gebrek aan machtiging
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld dat was ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch betreffende aanslagen inkomstenbelasting en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over het jaar 2014.
De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk was. De indiener van het beroepschrift werd verzocht binnen zes weken een bewijsstuk te overleggen waaruit bleek dat hij gemachtigd was om het beroep in cassatie namens de belanghebbende in te dienen. Ondanks een aangetekende brief en bevestiging van ontvangst, heeft de indiener geen machtiging of verklaring overgelegd.
Hierdoor concludeerde de Hoge Raad dat de indiener niet bevoegd was het beroep in cassatie in te stellen namens de belanghebbende. Op die grond verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en sprak het arrest uit in aanwezigheid van de vice-president en raadsheren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging.