ECLI:NL:HR:2020:951
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
De Stichting [X] te [Z] heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland inzake verzet tegen een eerdere uitspraak. De griffier van de Hoge Raad heeft de belanghebbende bij aangetekende brieven gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een termijn gesteld voor betaling. Hoewel de brieven zijn ontvangen, is het griffierecht niet voldaan.
Belanghebbende heeft niet tijdig gereageerd op de uitnodiging om de niet-betaling te verklaren, waardoor de brief die later binnenkwam buiten beschouwing is gelaten. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en heeft het arrest in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2020. De uitspraak bevestigt het belang van tijdige betaling van griffierecht voor ontvankelijkheid van cassatieberoepen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.