ECLI:NL:HR:2020:965

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 mei 2020
Publicatiedatum
28 mei 2020
Zaaknummer
20/00680
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROWet Bopz
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen voorlopige machtiging volgens Wet Bopz

In deze zaak heeft betrokkene cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland inzake een voorlopige machtiging op grond van de Wet Bopz. De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken, waaronder zijn beschikking van 11 oktober 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1562) en de beschikking van de rechtbank van 22 november 2019.

De klachten van betrokkene tegen de beschikking van de rechtbank zijn door de Hoge Raad beoordeeld, maar deze leiden niet tot vernietiging van de beschikking. De Hoge Raad acht het niet noodzakelijk om zijn oordeel nader te motiveren, omdat de beoordeling niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen, waarmee de voorlopige machtiging blijft gehandhaafd. De beschikking is op 29 mei 2020 in het openbaar uitgesproken door raadsheer C.E. du Perron.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/00680
Datum29 mei 2020
BESCHIKKING
In de zaak van
[betrokkene],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: betrokkene,
advocaat: G.E.M. Later,
tegen
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT NOORD-NEDERLAND,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de officier van justitie,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding verwijst de Hoge Raad naar:
a. zijn beschikking tussen partijen in de zaak 19/03024, ECLI:NL:HR:2019:1562 van 11 oktober 2019;
b. de beschikking in de zaak C/18/190111 / FA RK 19-413 van de rechtbank Noord-Nederland van 22 november 2019.
Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op
29 mei 2020.