ECLI:NL:HR:2021:1013
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had verzet aangetekend tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag betreffende een door haar op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Na afwijzing van het verzet door de rechtbank stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de gronden van dit oordeel nader te motiveren, omdat de zaak geen vragen bevat die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast wees de Hoge Raad het ingediende stuk van belanghebbende buiten beschouwing omdat het na de gestelde termijn was ingediend. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken op 25 juni 2021 door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.