ECLI:NL:HR:2021:1014
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had verzet aangetekend tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake door haar op aangifte betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen. Na behandeling van het beroep in cassatie heeft de Hoge Raad de ingediende middelen beoordeeld. De Hoge Raad oordeelde dat deze middelen niet tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank konden leiden. Daarbij was het niet noodzakelijk om inhoudelijk in te gaan op de vragen die relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2021. Hiermee werd het beroep in cassatie ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van de Rechtbank Den Haag in stand bleef.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.