ECLI:NL:HR:2021:1016

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 juni 2021
Publicatiedatum
25 juni 2021
Zaaknummer
20/03190
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake een belastingrechtelijk geschil. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld en het advies van de procureur-generaal ingewonnen.

De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en maakte gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.

Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2021.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere motivering.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer20/03190
Datum25 juni 2021
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,
vertegenwoordigd door [P]
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 16 september 2020, nr. SGR 19/3917 V, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank van 2 juni 2020.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2021.