Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
29 juni 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 januari 2020. De verdachte werd veroordeeld voor poging tot oplichting en kreeg een voorwaardelijke taakstraf opgelegd. Tijdens de proeftijd maakte hij zich schuldig aan een nieuw strafbaar feit, waarop de voorwaardelijke straf werd omgezet.
De advocaat van verdachte diende een cassatiemiddel in, maar de advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Er is geen noodzaak tot motivering omdat de klachten geen belang hebben voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en het arrest van het gerechtshof gehandhaafd. Hiermee blijft de veroordeling en de uitvoering van de taakstraf in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bevestigd.