Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2021:1041

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 juli 2021
Publicatiedatum
1 juli 2021
Zaaknummer
20/01510
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake partneralimentatie en huwelijkse voorwaarden

In deze zaak stond een geschil centraal over partneralimentatie en de geldigheid van huwelijkse voorwaarden tussen een man en een vrouw. De man had beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het hof, terwijl de vrouw incidenteel cassatieberoep had ingesteld. Beide partijen dienden verweerschriften in en de Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep.

De Hoge Raad verwees naar eerdere uitspraken van de rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam voor het procesverloop in de feitelijke instanties. Na beoordeling van de klachten over de beschikking van het hof concludeerde de Hoge Raad dat deze klachten niet tot vernietiging konden leiden. De Hoge Raad motiveerde dit niet nader, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De beschikking werd op 2 juli 2021 gegeven door de raadsheren Sieburgh, ter Heide en Salomons, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Kroeze. Het cassatieberoep en het incidentele cassatieberoep werden verworpen, waarmee de beschikking van het hof werd bekrachtigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep en het incidentele cassatieberoep worden verworpen, waardoor de beschikking van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/01510
Datum2 juli 2021
BESCHIKKING
In de zaak van
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie, verweerder in het incidentele cassatieberoep,
hierna: de man,
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie, verzoekster in het incidentele cassatieberoep,
hierna: de vrouw,
advocaat: A.H.M. van den Steenhoven.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaken C/13/643105 / FA RK 18-784 en C/13/651517 / FA RK 18-4572 van de rechtbank Amsterdam van 20 februari 2019;
de beschikking in de zaken 200.259.640/01, 200.259.646/01 en 200.259.640/02 van het gerechtshof Amsterdam van 4 februari 2020.
De man heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De vrouw heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt in het principale en incidentele cassatieberoep tot verwerping.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
in het principale en het incidentele beroep:
verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
2 juli 2021.