ECLI:NL:HR:2021:1052

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 juli 2021
Publicatiedatum
2 juli 2021
Zaaknummer
21/00466
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof Amsterdam in belastingzaak

Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 12 januari 2021, waarin het hof het verzet van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak had afgewezen.

De Hoge Raad heeft de aangevoerde middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven.

De Hoge Raad heeft tevens besloten geen proceskosten toe te wijzen en verklaart het cassatieberoep ongegrond. Hiermee is de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam definitief bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/00466
Datum2 juli 2021
ARREST
in de zaak van
[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 12 januari 2021, nr. 20/00141, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak het Hof van 25 juni 2020.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, heeft tegen de uitspraak van het Hof op het verzet beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen aangevoerd.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2021.