ECLI:NL:HR:2021:1061
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen inkomstenbelasting
Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen, inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, boetebeschikkingen en belastingrente over de jaren 2014, 2015 en 2016 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om inhoudelijk op de klachten in te gaan omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 Wet Pro op de rechterlijke organisatie.
Ook is door de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het beroep in cassatie is derhalve ongegrond verklaard en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.
Deze uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de navorderingsaanslagen, boetebeschikkingen en belastingrente opgelegd aan belanghebbende over de genoemde jaren.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bekrachtigd.