Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
6 juli 2021.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld tegen een veroordeling wegens verkoop en bezit van cocaïne, waarbij ook een verbeurdverklaring van een auto was uitgesproken. Tijdens de procedure heeft het OM het hoger beroep gedeeltelijk beperkt, met name met betrekking tot het bezit van cocaïne en de verbeurdverklaring.
Het gerechtshof verklaarde het OM niet-ontvankelijk in hoger beroep vanwege deze ontoelaatbare beperking. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en oordeelt dat de verbeurdverklaring niet kan worden uitgezonderd van de eisen van artikel 407 lid 2 Sv Pro. Het OM had het hoger beroep niet rechtsgeldig kunnen beperken zonder de ontvankelijkheid te verliezen.
Het cassatiemiddel van het OM faalt omdat het uitgaat van een onjuiste opvatting dat bij gedeeltelijke intrekking van het hoger beroep geen consequenties verbonden mogen worden aan niet-naleving van artikel 407 Sv Pro. De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het OM in hoger beroep.
Uitkomst: Het OM is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens een ontoelaatbare beperking van het hoger beroep.