Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
6 juli 2021.
Hoge Raad
De verdachte is door het hof veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf voor diefstal en medeplegen diefstal. Het hof motiveerde de straf onder meer met het feit dat de verdachte het slachtoffer zou hebben gedrogeerd om de diefstal mogelijk te maken.
De Hoge Raad oordeelt dat het proces-verbaal en de stukken onvoldoende aanknopingspunten bieden voor deze vaststelling. Hierdoor is de strafoplegging ontoereikend gemotiveerd.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het de strafoplegging betreft, met uitzondering van de schadevergoedingsmaatregel, en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing.
De overige onderdelen van het beroep worden verworpen. De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 6 juli 2021.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor de strafoplegging wegens onvoldoende motivering en wijst de zaak terug naar het hof.