ECLI:NL:HR:2021:1071
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens gebrek aan slaagkans
Belanghebbende uit België had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant betreffende een verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had uitspraak gedaan in deze zaak. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en heeft de procureur-generaal de gelegenheid gegeven om advies uit te brengen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Daarom is het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens duidelijke kansloosheid.