ECLI:NL:HR:2021:1073
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag over belastingaanslagen en boetebeschikkingen voor het jaar 2015. Het beroepschrift bevatte echter niet de vereiste gronden zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb. De Hoge Raad heeft belanghebbende daarop gewezen en een termijn gesteld om het verzuim te herstellen.
Belanghebbende heeft deze termijn niet benut om de gronden alsnog aan te vullen. Op grond daarvan heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard volgens artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Het arrest is uitgesproken door de Hoge Raad op 2 juli 2021 en betreft een bestuursrechtelijke en belastingrechtelijke zaak over de ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden in het beroepschrift.