ECLI:NL:HR:2021:1074
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake een belastingzaak. Het beroepschrift voldeed echter niet aan de eisen van artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb, omdat de gronden van het beroep ontbraken.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende per aangetekende brief in de gelegenheid gesteld het verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze brief is afgeleverd op het opgegeven adres. Vervolgens is de termijn wegens bijzondere omstandigheden verlengd tot 12 april 2021. Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze herstelmogelijkheid.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest is op 2 juli 2021 in het openbaar gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden en het niet herstellen binnen de termijn.