Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
13 juli 2021.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld voor gewoontewitwassen over de periode van 1 maart 2005 tot en met 23 juli 2014. Het hof stelde vast dat de verdachte meerdere geldbedragen en een auto (Suzuki) had omgezet en daarvan gebruik had gemaakt, waarbij de geldbedragen onder meer werden gebruikt voor de financiering van een droger, een iPad, levensonderhoud en vakanties.
In cassatie klaagde de verdachte dat de bewezenverklaring niet voldoende uit de bewijsvoering kon worden afgeleid. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat de verdachte geldbedragen had gebruikt voor de aanschaf van de droger en iPad. Uit verklaringen van een getuige bleek dat deze apparatuur in natura was gegeven, niet via geldtransacties. Hierdoor was de bewezenverklaring ten aanzien van deze onderdelen ontoereikend gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof voor zover het betrekking had op het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging, en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting. Voor het overige werd het beroep verworpen. De uitspraak werd gedaan op 13 juli 2021 door de Strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering van de bewezenverklaring.