ECLI:NL:HR:2021:1182
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-digitale indiening
In deze zaak heeft J.L.M. Reijnen namens een partij beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag op verzet. Het beroep was gericht tegen een uitspraak die na 15 april 2020 is bekendgemaakt, waardoor volgens het Besluit van 6 maart 2019 digitale indiening verplicht was voor beroepsmatig optredende rechtsbijstandverleners.
De Hoge Raad ontving het beroepschrift op 28 januari 2021, maar dit was niet digitaal ingediend via het webportaal, zoals vereist. De griffier heeft de indiener bij brief van 5 februari 2021 verzocht het beroepschrift alsnog digitaal in te dienen binnen zes weken. Deze brief is aangetekend verzonden en ontvangen, maar er is geen gevolg gegeven aan dit verzoek.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:36a, lid 5, Awb. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 16 juli 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-digitale indiening.