ECLI:NL:HR:2021:1183
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-digitaal indienen
In deze zaak heeft J.L.M. Reijnen namens een cliënt beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag op verzet. Het cassatieberoep was gericht tegen een uitspraak die op of na 15 april 2020 is bekendgemaakt, waardoor volgens het Besluit van 6 maart 2019 digitaal procederen verplicht is voor beroepsmatig optredende rechtsbijstandverleners.
De Hoge Raad ontving het beroepschrift op 28 januari 2021, maar dit was niet via het verplichte digitale webportaal ingediend. De griffier heeft de indiener daarop bij brief van 5 februari 2021 gewezen en verzocht het alsnog digitaal in te dienen binnen zes weken. Ondanks deze aangetekende brief is hieraan geen gehoor gegeven.
Op grond van artikel 8:36a, lid 5, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is op 16 juli 2021 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet digitaal indienen van het beroepschrift.