ECLI:NL:HR:2021:1194

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 augustus 2021
Publicatiedatum
6 augustus 2021
Zaaknummer
20/00088
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke belastingzaak

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant van 27 november 2019, waarin het verzet van belanghebbende tegen een bestuursrechtelijke belastinguitspraak werd behandeld.

De Hoge Raad heeft het middel van belanghebbende beoordeeld en heeft de procureur-generaal in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen. Op basis van deze beoordeling is geconcludeerd dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.

Daarom heeft de Hoge Raad gebruikgemaakt van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Het arrest is op 6 augustus 2021 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer20/00088
Datum6 augustus 2021
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende),
vertegenwoordigd door M.M. Vrolijk,
tegen
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE EINDHOVEN,
vertegenwoordigd door F.H.P.M. Laurense,
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant van 27 november 2019, nr. SHE 18/2833 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van Rechtbank Oost-Brabant van 27 november 2019.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft het middel over de uitspraak van de Rechtbank beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2021.