ECLI:NL:HR:2021:1198
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk inzake weigering persoonsgegevensverwijdering
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland waarin het CAK werd toegestaan de persoonsgegevens van belanghebbende niet te verwijderen uit haar bestanden en het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen.
De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan de hand van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Hieruit volgt dat de Hoge Raad alleen kennis kan nemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van de bestuursrechter indien dit bij wet is bepaald.
Omdat er geen wettelijke bepaling bestaat die cassatie openstelt tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland in deze zaak, verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en spreekt het arrest uit in aanwezigheid van de genoemde raadsheren en griffier.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.