ECLI:NL:HR:2021:12
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in zaak kosten rechtsbijstand en schadevergoeding
Belanghebbende heeft cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 augustus 2019, waarin het hof uitspraak deed over een vergoeding van kosten van rechtsbijstand op grond van artikel 7:15, lid 2, Awb en een verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 8:73 Awb Pro.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Omdat de beoordeling van de middelen niet vereist dat wordt ingegaan op vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is op 8 januari 2021 in het openbaar uitgesproken door de Hoge Raad, zittende in de samenstelling met vice-president M.E. van Hilten als voorzitter en raadsheren E.N. Punt en P.M.F. van Loon.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.