Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het vierde cassatiemiddel
4.Beslissing
16 februari 2021.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van witwassen van een zeilschip en het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. Het gerechtshof Amsterdam had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 46 weken.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De advocaat-generaal adviseerde tot vernietiging van het arrest, maar uitsluitend wat betreft de strafmaat, met vermindering naar een gebruikelijke maatstaf, en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over de bewezenverklaring en kwalificatie niet tot vernietiging konden leiden. Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden doordat het hof de stukken te laat had ingezonden.
Op grond hiervan vernietigde de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor de strafmaat en verminderde de gevangenisstraf van 46 naar 44 weken. Het beroep werd verder verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 46 naar 44 weken wegens overschrijding van de redelijke termijn.