Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
7 september 2021.
Hoge Raad
De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 januari 2020, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen wegens medeplegen van handel in cocaïne.
Het cassatiemiddel klaagde over een afwijking in de onderliggende uitspraak met betrekking tot het aantal dagen waarop de handel in cocaïne zou hebben plaatsgevonden. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij was het niet nodig om de motivering nader toe te lichten, aangezien de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het beroep in cassatie is derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.