Uitspraak
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
10 september 2021.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de officier van justitie de rechtbank verzocht een zorgmachtiging te verlenen op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Bij het verzoek waren onder meer de bevindingen van de geneesheer-directeur en een medische verklaring gevoegd. De medische verklaring was echter niet ondertekend door de onafhankelijke psychiater die deze had opgesteld.
De rechtbank verleende desondanks de zorgmachtiging, stellende dat de verklaring voldoende authentiek was omdat de geneesheer-directeur had bevestigd dat de verklaring afkomstig was van de genoemde onafhankelijke psychiater. De advocaat van betrokkene betwistte dit en voerde aan dat de verklaring zonder handtekening niet voldeed aan de vereisten.
De Hoge Raad oordeelde dat volgens vaste rechtspraak een medische verklaring ten behoeve van een zorgmachtiging ondertekend moet zijn door de onafhankelijke psychiater. Omdat dit niet het geval was, mocht de rechtbank niet op basis van deze verklaring de machtiging verlenen. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de zorgmachtiging wegens het ontbreken van de vereiste handtekening op de medische verklaring en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.