Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
5 oktober 2021.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de klager cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 7 juli 2020, waarin beslag was gelegd op een navigatiesysteem en geld onder de klager wegens verdenking van handel in gestolen auto-onderdelen en witwassen.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten van de klager niet leiden tot vernietiging van de bestreden beschikking. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarop de raadsman van de klager schriftelijk had gereageerd. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd.
De beschikking is uitgesproken door de vice-president van den Brink als voorzitter, met de raadsheren van Strien en Röttgering, tijdens een openbare terechtzitting op 5 oktober 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beslagbeschikking van de rechtbank gehandhaafd.