ECLI:NL:HR:2021:1332

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 september 2021
Publicatiedatum
17 september 2021
Zaaknummer
21/01229
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak belanghebbende tegen Staatssecretaris van Financiën

Belanghebbende, zonder vaste woon- of verblijfplaats, had beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake verzet tegen eerdere uitspraken. De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het vonnis. De Hoge Raad vond geen noodzaak om de klachten inhoudelijk te motiveren, omdat deze niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De procedure betrof een belastingrechtelijke kwestie waarbij belanghebbende zich verzette tegen beslissingen van de Staatssecretaris van Financiën. Na beoordeling van het verweerschrift van de Staatssecretaris en de klachten van belanghebbende heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools, en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2021. Hiermee blijft de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 10 februari 2021 in stand.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/01229
Datum17 september 2021
ARREST
in de zaak van
[X] zonder vaste woon- of verblijfplaats (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 10 februari 2021, nrs. SGR 20/5182 V, SGR 20/5183 V, SGR 20/5186 V en SGR 20/5187 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 5 november 2020.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door N. Allam, heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2021.