ECLI:NL:HR:2021:1332
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak belanghebbende tegen Staatssecretaris van Financiën
Belanghebbende, zonder vaste woon- of verblijfplaats, had beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake verzet tegen eerdere uitspraken. De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het vonnis. De Hoge Raad vond geen noodzaak om de klachten inhoudelijk te motiveren, omdat deze niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De procedure betrof een belastingrechtelijke kwestie waarbij belanghebbende zich verzette tegen beslissingen van de Staatssecretaris van Financiën. Na beoordeling van het verweerschrift van de Staatssecretaris en de klachten van belanghebbende heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools, en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2021. Hiermee blijft de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 10 februari 2021 in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank blijft in stand.