In deze zaak heeft Profound cassatie ingesteld tegen de arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden die betrekking hebben op een geschil over schadevergoeding wegens levering van gebrekkig teeltmateriaal. Profound voerde onder meer aan dat sprake zou zijn van risicoaanvaarding door het opkweken van het materiaal.
De Hoge Raad heeft de klachten van Profound beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de arresten van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de klachten uitvoerig te motiveren, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het cassatieberoep is verworpen en Profound is veroordeeld in de kosten van het geding, begroot op een bedrag van € 9.171,34. Hiermee bevestigt de Hoge Raad de eerdere beslissingen van het hof Arnhem-Leeuwarden en de rechtbank Gelderland in deze langdurige procedure.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Profound wordt verworpen en de eerdere arresten van het hof worden bekrachtigd.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/02284
Datum24 september 2021
ARREST
In de zaak van
[eiser], handelend onder de naam PROFOUND, wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: Profound,
advocaat: A.H. Vermeulen,
tegen
1. MAATSCHAP [verweerster 1], gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerder 2], wonende te [woonplaats],
3. [verweerster 3], wonende te [woonplaats],
4. [verweerder 4], wonende te [woonplaats],
5. [verweerder 5], wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaat: M.J. van Basten Batenburg.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/05/238350 / HA ZA 13-31/234/97 van de rechtbank Gelderland van 24 april 2013, 3 juli 2013, 6 november 2013, 23 juli 2014, 12 november 2014 en 4 maart 2015;
de arresten in de zaak 200.169.148 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 augustus 2017, 8 januari 2019 en 28 april 2020.
Profound heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van Profound in zijn cassatieberoep, voor zover dat is gericht tegen de tussenarresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, van 29 augustus 2017 en 8 januari 2019, en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige.
De advocaat van Profound heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Profound in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 6.971,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, F.J.P. Lock en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 24 september 2021.