Uitspraak
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
24 september 2021.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal welke stukken bij een verzoek tot wijziging van een zorgmachtiging op grond van artikel 8:12 Wvggz Pro moeten worden overgelegd. De rechtbank Oost-Brabant had een zorgmachtiging verleend en deze vervolgens gewijzigd zonder dat de bestaande machtiging en de daaraan ten grondslag liggende stukken, waaronder een actuele medische verklaring, waren overgelegd.
De Hoge Raad oordeelde dat bij een wijziging van een zorgmachtiging de voorbereidingsprocedure van hoofdstuk 5 Wvggz gevolgd moet worden, waarbij naast de stukken genoemd in art. 8:12 lid 3 Wvggz Pro ook de bestaande zorgmachtiging en de onderliggende stukken, voorzien van een actualisering, moeten worden overgelegd. Dit is noodzakelijk om te kunnen beoordelen of aan de eisen van proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid wordt voldaan.
Omdat deze stukken ontbraken en de rechtbank ook geen melding maakte van een actuele medische verklaring, beschikte de rechtbank niet over de noodzakelijke gegevens om het verzoek tot wijziging te beoordelen. Dit was ook in strijd met art. 5 EVRM Pro voor zover het ging om vrijheidsbeneming. De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing.
De overige klachten werden niet behandeld omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug wegens het ontbreken van de bestaande zorgmachtiging en een actuele medische verklaring.