Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
24 september 2021.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Deze zaak betreft de vraag of een verzoek tot ondertoezichtstelling van een minderjarige direct bij het gerechtshof kan worden ingediend in het kader van prorogatie volgens art. 329 Rv Pro. De moeder en vader hebben gezamenlijk gezag over hun zoon, de minderjarige, en zijn het oneens over de zorgregeling. De vader heeft een wijziging van de zorgregeling verzocht, evenals de moeder.
De rechtbank stelde een zorgregeling vast en het hof verzocht de raad voor de kinderbescherming om onderzoek te doen naar de beste zorgregeling en eventueel een beschermingsonderzoek. Na rapportage verzocht de raad mondeling en schriftelijk om ondertoezichtstelling van de minderjarige voor een jaar. Het hof stelde de zorgregeling vast en stelde de minderjarige onder toezicht.
De moeder stelde cassatie in tegen de beschikking van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat een verzoek tot ondertoezichtstelling volgens art. 1:255 BW Pro bij de kinderrechter moet worden ingediend en niet direct bij het hof kan worden gedaan, ook niet bij prorogatie op grond van art. 329 Rv Pro. Omdat de raad geen partij was in de procedure bij de kinderrechter, was het verzoek bij het hof niet toegelaten. De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van de beschikking dat de ondertoezichtstelling betrof en verklaarde de raad niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Het overige beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de ondertoezichtstelling en verklaart de raad niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot ondertoezichtstelling.