ECLI:NL:HR:2021:1378
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 2004-2007
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting over de jaren 2004 tot en met 2007, alsmede de daarbij gegeven boetebeschikkingen en heffingsrente, heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten van belanghebbende beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag ongewijzigd van kracht.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof blijft in stand.