ECLI:NL:HR:2021:1381
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk inzake verzet tegen uitspraak arbeidsongeschiktheidsverzekering
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag die betrekking heeft op verzet tegen een uitspraak gedaan met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) inzake de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie en stelt vast dat artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie bepaalt dat de Hoge Raad alleen kennisneemt van cassatieberoepen tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald.
Aangezien er geen wettelijke bepaling bestaat die cassatie openstelt tegen de onderhavige uitspraak van de Rechtbank, moet het beroep in cassatie niet-ontvankelijk worden verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke grondslag voor cassatie.