Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
28 september 2021.
Hoge Raad
De betrokkene heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt. Er zijn echter geen cassatiemiddelen ingediend door de betrokkene binnen de daarvoor gestelde termijn. De procureur-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Hoge Raad heeft beoordeeld dat de wettelijke termijn voor het indienen van cassatiemiddelen niet is nageleefd, waardoor het beroep niet in behandeling kan worden genomen. Dit volgt uit artikel 437 lid 2 in Pro samenhang met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 28 september 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen binnen de wettelijke termijn.