ECLI:NL:HR:2021:1405

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 september 2021
Publicatiedatum
29 september 2021
Zaaknummer
21/00572
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 lid 2 Wetboek van StrafvorderingArt. 287 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep cassatie poging doodslag met mes in Heerlen

In deze strafzaak stond de poging tot doodslag centraal, gepleegd in 2018 in Heerlen door het steken van een willekeurige voorbijganger met een mes in het bovenlichaam. De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

Echter werden door de verdachte geen cassatiemiddelen ingediend binnen de wettelijke termijn. Artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering schrijft voor dat een advocaat namens de verdachte tijdig schriftelijke klachten moet indienen om het beroep ontvankelijk te maken. Door het ontbreken hiervan kon de Hoge Raad het beroep niet inhoudelijk behandelen.

De Hoge Raad verklaarde daarom het beroep niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof. De uitspraak werd gedaan door raadsheer E.S.G.N.A.I. van de Griend op 28 september 2021 tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/00572
Datum28 september 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 januari 2021, nummer 20-000884-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
28 september 2021.