Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
28 september 2021.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de poging tot doodslag centraal, gepleegd in 2018 in Heerlen door het steken van een willekeurige voorbijganger met een mes in het bovenlichaam. De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
Echter werden door de verdachte geen cassatiemiddelen ingediend binnen de wettelijke termijn. Artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering schrijft voor dat een advocaat namens de verdachte tijdig schriftelijke klachten moet indienen om het beroep ontvankelijk te maken. Door het ontbreken hiervan kon de Hoge Raad het beroep niet inhoudelijk behandelen.
De Hoge Raad verklaarde daarom het beroep niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof. De uitspraak werd gedaan door raadsheer E.S.G.N.A.I. van de Griend op 28 september 2021 tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen.